|
|
=$veel_inhoud?>
De Keltische talen
 |
Tegenwoordig worden er nog vier Keltische talen gesproken in een
aantal gebieden in het westen van Europa: het Iers
(Gaeilge), het Schots-Gaelic (Gaidhlig), het
Welsh (Cymraeg) en het Bretons
(Brezhoneg). Daarnaast worden het Manx (Gaelg
Vanninagh) en het Cornish (Kerneweg) op beperkte
schaal weer gesproken, nadat ze eerder waren uitgestorven.
Al deze talen vormen de huidige overblijfselen van de Keltische
talen die enkele eeuwen voor onze jaartelling van Ierland tot
Turkije en van Zuid-Polen tot in Midden-Italië en Spanje
werden gesproken. De Keltische talen delen een aantal gemeenschappelijke
kenmerken en vormen een zelfstandige groep binnen de Indo-Europese
taalfamilie.
De hedendaagse kennis van de Keltische talen in deze vroege periode
is grotendeels gebaseerd op inscripties, zoals
die van Botoritta (circa 100 v. Chr.) in het Keltiberisch in Spanje
en de kalender van Coligny uit de Romeinse tijd in het Gallisch.
In de vierde en vijfde eeuw n. Chr. werden in Wales en Ierland
namen in steen gekerfd in het zogenaamde Ogham-schrift.
Na de kerstening in de vijfde en zesde eeuw begonnen de bewoners
van de Britse eilanden hun poëzie, wetten, genealogieën,
mythen, sagen en legenden op schrift te stellen, zowel in het
Latijn als in hun eigen talen, de voorlopers van de moderne Keltische
talen.
Keltische
literatuur en cultuur
Vooral
Ierland beleefde in de vroege Middeleeuwen
een bloeitijd, waarin een rijke literaire traditie in de volkstaal
tot ontwikkeling kwam. De zogenaamde Ulster-cyclus
is daar een bekend voorbeeld van. Deze verzameling verhalen,
met onder meer een hoofdrol voor de held Cú Chulainn,
speelt zich af in een heidense en heroïsche periode. Daarnaast
is er ook de Finn-cyclus over de daden van
de krijger Finn mac Cumaill en de koningscyclus over de legendarische
koningen van Tara en hun tijdgenoten. Een uitgebreid corpus
van Ierse wetten geeft daarnaast een intrigerend
beeld van de gewoontes en gebruiken van de vroege Ierse maatschappij.
De
Welshe literaire traditie was ook rijk geschakeerd
en omvat onder meer verhalen die deel uit maken van de middeleeuwse
Arthur-literatuur. Bretagne was in de vijfde
eeuw n. Chr. vanuit Groot-Brittannië gekoloniseerd en zodoende
behoort het Bretons, dat vanaf de achtste eeuw bekend is, ook
tot het ‘Eilandkeltisch’.
De
Keltische talen van de Britse eilanden zijn dus in ruime mate
overgeleverd dankzij de literaire productie tijdens en na de
Middeleeuwen, dit in tegenstelling tot de Keltische
talen op het vasteland die tijdens de Romeinse overheersing
uitstierven. Onze kennis van de Kelten voor en gedurende de
Romeinse periode is vooral afkomstig uit archeologische vondsten
uit de Hallstatt-periode (circa 700 v. Chr.),
de La Tène-periode (circa 450 v. Chr.)
en daarna. Het verspreidingsgebied van deze vondsten valt ruwweg
samen met de migratie van volkeren uit het midden van
Europa, die in de werken van Griekse en Romeinse
schrijvers zoals Posidonius, Strabo, Caesar en Tacitus,
onder de noemer ‘Kelten’ worden geschaard. Kenmerken
van de Kelten die in deze werken naar voren komen worden ook
in de latere Ierse en Welshe literatuur genoemd, zoals de rol
van de druïden, de dichters en de krijgerskaste, het ten
strijde trekken in strijdwagens, het koppensnellen, het belang
van de gastvrijheid en het houden van ceremoniële feesten
en religieuze riten. Archeologische vondsten tonen de artistieke
kant van de Kelten, waarin afbeeldingen en motieven
voorkomen in wat wel als een ‘Keltische’ stijl wordt
beschouwd, vooral gekenmerkt wordt door vlechtwerkpatronen.
Deze stijl evolueerde tot de afbeeldingen zoals die in de Middeleeuwen
in Ierse manuscripten (bijvoorbeeld het Boek van Kells) en op
stenen hoogkruisen te vinden zijn.
Al met al vormen de Keltische talen en culturen een rijk onderzoeksgebied
dat zich zowel geografisch als chronologisch breed uitstrekt.
Om de studie van de Keltische talen en culturen te bevorderen
is de Stichting A.G. van Hamel voor Keltische Studies in het
leven geroepen.
|
|