Publicatieoverzicht van Nederlandse keltologen (2003–2016)

PONK, ofwel het Publicatieoverzicht van Nederlandse keltologen, is de overkoepelende naam voor een tweetal initiatieven waarmee de stichting de publicaties van Nederlandse keltologen in kaart wil brengen:

  1. de jaarlijkse overzichten in het blad Kelten, die na verloop van tijd ook op de huidige pagina zijn te raadplegen.
  2. lemmata voor publicaties in onze online bibliografie voor de Keltische studies in het algemeen, een onderdeel van de de selgā-catalogus.

Publicatieoverzichten in Kelten

De redactie van Kelten heeft er altijd naar gestreefd de lezers van Kelten zo goed mogelijk op de hoogte te houden van de ontwikkelingen op het gebied van Keltische studies. Om die reden wordt één maal per jaar een alfabetisch overzicht geplaatst van de publicaties van Nederlandse keltologen die in het voorgaande jaar zijn verschenen. De publicaties in Kelten zijn niet in deze lijsten verwerkt, maar zijn opgenomen in de inhoudsopgaven elders op deze website.

Bij het samenstellen van de lijst hebben we gebruik gemaakt van de gegevens voor zover deze bij ons bekend of door ons traceerbaar waren. In dit opzicht benadrukken we het voorlopige karakter van deze lijst. Graag willen we onze informanten bedanken voor hun bijdragen aan deze lijst. Mocht u aanvullingen hebben, dan kunt u contact opnemen met biblio@vanhamel.nl. De gegevens zullen dan op deze plaats worden verwerkt en als het gaat om publicaties van vorig jaar, tevens in de volgende lijst in Kelten.

Een overzicht van de publicaties van Nederlandse keltologen in 2003 staat in Kelten 24, met een aanvulling in Kelten 25 en Kelten 28; een overzicht van 2004 staat in Kelten 28, met een aanvulling in Kelten 36; een overzicht van 2005 staat in Kelten 32; van 2006 in Kelten 36; van 2007 in Kelten 40; van 2008 in Kelten 44; en van 2009 in Kelten 48. Deze overzichten zullen hieronder worden gereproduceerd, met eventuele aanvullingen of correcties. In alle gevallen gaat het om publicaties die gerelateerd zijn aan Keltische taalkunde, letterkunde, geschiedenis of archeologie.

Voor informatie over eerdere publicaties van Nederlandse keltologen verwijzen we de lezer naar Marc Schneiders en Kees Veelenturf, Celtic Studies in the Netherlands: a bibliography, gepubliceerd door het Dublin Institute of Advanced Studies (Dublin, 1992). Dit boek bevat de bibliografische gegevens van de Nederlandse keltologen van de vroegste publicatie in 1597 tot 1990.

Door Kees Veelenturf (in de eerste twee publicaties samen met Marc Schneiders) is deze bibliografie tot 1995 bijgehouden in de Mededelingen van de Stichting A. G. van Hamel voor Keltische Studies 1 (1991); 2 (1992); 3 (1993); 4 (1994); 5 (1995).

Oproep voor publicatiegegevens

De volgende publicaties uit het jaar 2019 zijn tot dusverre bij ons bekend:

Borsje, Jacqueline, “European and American scholarship and the study of medieval Irish ‘magic’ (1846–1960)”, in: Carey, John, Ilona Tuomi, Barbara Hillers, and Ciarán Ó Gealbhain (eds), Charms, charmers and charming in Ireland: from the medieval to the modern, New Approaches to Celtic Religion and Mythology, Cardiff: University of Wales Press, 2019. 5–15.
Broeke, Peter van den, Ineke Joosten, Bertil van Os, and Peter Schrijver, “An Early Iron Age miniature cup with script-like signs from Nijmegen-Lent (prov. Gelderland/NL)”, Archäologisches Korrespondenzblatt 49:3 (2019): 341–352.  
abstract:
A thoroughly finished miniature cup, found in a waste pit at Nijmegen-Lent, is a special find because of the character-like signs all around it. Despite the fact that far-reaching southern contacts with the Lower Rhine area existed in the Hallstatt C period (Oss, Wijchen), and although some of the signs match those in early southern European scripts, the early date of the cup (c. 750-675 BC) hampers any sound identification. The enigmatic character of the cup is augmented further by its apparent local origin.
Gerritsen, W. P., Verhalen van de drakendochter: leven en werk van Maartje Draak (1907–1995), Hilversum: Verloren, 2019.
Kortlandt, Frederik, “Old Irish absolute and conjunct endings and related issues”, Journal of Indo-European Studies 47 (2019): 241–257.
Meeder, Sven, “Irish peregrinatio and cultural exchange”, Settimane di Studio del Centro Italiano di Studi sull'Alto Medioevo 66 (2019): 427–451.
Otten, Willemien, “Suspended between cosmology and anthropology: natura’s bond in Eriugena’s Periphyseon”, in: Guiu, Adrian (ed.), A companion to John Scottus Eriugena, Brill's Companions to the Christian Tradition 86, Leiden, Boston: Brill, 2019. 189–212.
Schrijver, Peter, “Italo-Celtic and the inflection of *es- ‘be’”, in: Serangeli, Matilde, and Thomas Olander (eds), Dispersals and diversification: linguistic and archaeological perspectives on the early stages of Indo-European, Brill's Studies in Indo-European Languages & Linguistics 19, Leiden: Brill, 2019. 209–235.  
abstract:
It is well-known that the present tense of the verb *es- ‘to be’ in the Italic languages shows a mixture of what look as if they were thematic forms (e.g. Old Latin 1 sg. es-om) beside athematic forms (e.g. Latin 3sg. *es-t). A similar state of affairs is attested in the Celtic languages. Within the broader perspective of Indo-European, the thematic forms are puzzling, and efforts have been undertaken to explain them away as secondary. I argue that those efforts have not been successful. By combining the rich but complicated evidence provided by the Celtic languages with the Italic data, it becomes necessary to reconstruct a thematic beside an athematic present of *es- for Italo-Celtic and to hypothesize that the thematic forms were originally used after a focused constituent.
Toorians, Lauran, “Probable and possible Celtic names in North Holland: Huisduinen, Texel, Den Helder, Helsdeur”, Voprosy onomastiki 16:2 (2019): 168–177.  
abstract:
The paper focuses on the probability of the Celtic substratum hypothesis in the toponymy of North Holland. Agreeing that the most north-western tip of the Netherlands is an unlikely place to look for Celtic toponyms, the author suggests that the name Huisduinen relates to the same group of names of which Heusden is the most common representative, and which appears to have a Celtic etymology. Thus making it a tempting task to look at a few other names in the same area. As the area lost most of its population in the 4th century AD and became repopulated in the 5th century, language shift offers a possible scenario for a change from Celtic to Germanic with remnants of a Celtic substratum surviving up to the present day. In the same period, the landscape involved saw radical changes as well. In earlier publications it has been suggested that the medieval name Uxalia may be Celtic. Here it is suggested that this name may originally refer to the present-day island of Texel and not — as it later did — to the neighbouring island of Vlieland. A Celtic etymology is also proposed for the names Helsdeur and Den Helder, which — if accepted — have related etymologies. The name Helsdeur refers to the deepest part of the strait between the mainland of the province North Holland and the island of Texel. The lack of early attestations of this name is explained by suggesting its probable taboo status. This hypothesis is supported by a series of relevant examples of taboo place names in the maritime context.
Volmering, Nicole, “The rhetoric of catastrophe in eleventh-century medieval Ireland: the case of the Second vision of Adomnán”, in: Bjork, Robert E. (ed.), Catastrophes and the apocalyptic in the Middle Ages and the Renaissance, Arizona Studies in the Middle Ages and Renaissance 43, Turnhout: Brepols, 2019. 1–13.
Vries, Ranke de, “A short tract on medicinal uses for animal dung”, North American Journal of Celtic Studies 3:2 (2019): 111–136.  
abstract:
This article contains a semi-diplomatic edition of a short, hitherto unedited, Early Modern Irish text which can be found in the fifteenth-century manuscript TCD 1343, pp. 113–114. The text in question provides recipes for simple medicines containing the dung of a variety of animals: goats, sheep, dogs, cows, bulls, mice, ducks, swallows, doves, and chickens. It is found roughly seven pages after Tadhg Ó Cuinn's An Irish materia medica, edited by Micheál P. S. Ó Conchubhair, and contains references to the second book of Avicenna's Canon of medicine. The two most pertinent capita from (a Latin version of) Avicenna have been transcribed and translated in an appendix.
Journal volume:  – Issue 1: <link> – Issue 2: <link>